De federale zorgsector staat op een kruispunt. Of je nu in een ziekenhuis, de thuisverpleging, een wijkgezondheidscentrum, een revalidatiecentrum of een andere gezondheidsinrichting werkt; de uitdagingen zijn dezelfde. Dagelijks botsen jullie als werknemers op jullie grenzen door personeelstekort, hoge werkdruk en ontoereikende arbeidsvoorwaarden. In veel instellingen zijn er te weinig handen om kwaliteitsvolle en menselijke zorg te garanderen, en dat laat zich voelen bij zowel werknemers als patiënten. Zorgpact 2.0 pleit voor structurele oplossingen.
Welke eisen vind jij het belangrijkst? Laat je stem horen via onze enquête! (link in te voegen)
De gezondheidszorg staat onder zware druk. Ondanks eerdere akkoorden en bijkomende middelen blijft de situatie precair. Als we de sector aantrekkelijk en duurzaam willen maken, zijn fundamentele keuzes onvermijdelijk. Alleen zo kunnen we jongeren aantrekken én ervoor zorgen dat iedereen zijn loopbaan in menswaardige omstandigheden kan volhouden. Met kwaliteitsvolle zorg als resultaat.
Kortetermijnmaatregelen zijn nodig om te tonen dat de ernst van het probleem wordt erkend. Maar minstens even belangrijk is dat we samen durven nadenken over hoe goed en duurzaam werk in de zorg er morgen uitziet.
Daarom eisen we hogere personeelsnormen voor alle functies en diensten, met aandacht voor zowel dag- als nachtdiensten. Een minimale personeelsbezetting, afgestemd op de reële zorgnoden, is geen luxe maar een basisvoorwaarde. Het sociaal overleg moet effectief toezien op het gebruik van personeelsfinanciering. Mobiele teams moeten uitgebreid worden, zodat ook ’s nachts en in het weekend voldoende ondersteuning gegarandeerd is. Tegelijk is een streng beleid nodig rond mentale belasting en burn-outpreventie, met duidelijke afspraken en sancties waar nodig. Onverwachte roosterwijzigingen mogen niet zonder compensatie gebeuren.
Waardering voor zorgverleners begint bij een eerlijke verloning. De eindejaarspremie moet uitgroeien tot een volwaardige 13de maand, met extra aandacht voor de laagste lonen. Het IFIC-loonbudget moet blijven evolueren, zodat toekomstige aanpassingen mogelijk zijn. Geen enkele hervorming mag de loonvoorwaarden van huidige of toekomstige werknemers ondergraven. Ook de vergoedingen voor woon-werkverkeer en dienstverplaatsingen moeten omhoog. Het sectoraal pensioenfonds verdient een structurele versterking, net als de syndicale premies, zodat werknemers zich kunnen blijven organiseren.
Werkbaar werk vraagt bovendien correcte vergoedingen voor belastende en onregelmatige prestaties en een eerlijke overname van anciënniteit bij indiensttreding of verandering van werkgever. Stageperiodes moeten betaald worden en stagiairs verdienen begeleiding door mentoren. Precaire statuten moeten verdwijnen ten voordele van vaste contracten, voltijds of deeltijds met voldoende uren. Iedereen heeft recht op minstens vijf dagen vorming per jaar, en zowel structureel als occasioneel telewerk moet mogelijk zijn. De definitie van ‘zwaar beroep’ in de socialprofitsector moet aangepast worden, zodat ook deeltijdse arbeid correct meetelt voor het pensioen. Extra verlofdagen vanaf de start van de loopbaan, bijkomende loopbaandagen voor jongere werknemers en extra eindeloopbaandagen vanaf 60 jaar zijn noodzakelijk. Re-integratie na langdurige ziekte moet degelijk geregeld zijn, en verworven competenties moeten erkend worden.
Een gezonde balans tussen werk en privé is geen bijzaak. Daarom moeten we nu al starten met voorbereidende werken voor een verdere arbeidsduurvermindering, met behoud van loon en compenserende aanwervingen. Thematische verloven en tijdskrediet moeten beter vergoed worden. Bij verlof om dwingende redenen moet het loon behouden blijven, met extra dagen bovenop het huidige minimum. Ook de kosten voor kinderopvang moeten vergoed worden.
Tot slot is een sterke sociale dialoog onmisbaar. Werknemers moeten actief betrokken worden bij onderhandelingen over hervormingen en de financiering van de zorgsector. De financiering van jobs, sociale akkoorden en cao’s moet gegarandeerd blijven. Het toepassingsgebied van de ziekenhuiswet moet beschermd worden tegen uitbesteding. Het Zorgpersoneelsfonds moet geëvalueerd worden in overleg, en het sociaal overleg binnen ziekenhuisnetwerken moet versterkt worden. Onethische praktijken bij de aanwerving van buitenlands personeel moeten verboden worden. Werknemersafgevaardigden hebben recht op bijkomende syndicale vormingsdagen, en duurzame statuten moeten beschermd worden tegen atypische tewerkstellingsvormen zoals flexijobs of oproepcontracten. De federale sociale akkoorden moeten uitgebreid worden naar alle sectoren van PC 330.
Zorg is geen winstmodel, maar een basisrecht. Het is tijd voor structurele investeringen, échte waardering en een toekomstgerichte visie voor iedereen in de federale zorgsector.